Columns > We zijn weer in Brugge

We zijn weer in Brugge

Niet dat ze daar in Brugge ons zullen begroeten met ‘Hé, daar zijn jullie weer!’, maar mijn vrouw en ik zijn dit weekeinde alwéér in Brugge. Vaste klanten zijn we daar zo ongeveer, want in 1982 waren we er ook al.

Met een geleend Lelijk Eendje togen we toen naar Het Buitenland. Dat was een spannend avontuur, want het overjarige autootje had nogal wat gebreken. Dat er achter de chauffeursstoel altijd een bierkrat moest staan, omdat anders de rugleuning naar achteren neer zou klappen – dat was zo erg nog niet. Het afslaan van de auto was een stuk lastiger. Zeker als dat, zoals toen vlakbij Brugge, op een spoorwegovergang gebeurde.

Dat één van de portieren van buiten niet geopend kon worden, nee ook niet met een sleutel, dat was geen punt. De eigenaar had met een zakmes het stoffen dak voorzien van een scheur. Op de tenen staan en dan de arm in die scheur steken en zo van binnenuit de deur openen. Hartstikke eenvoudig.

 

De geleende auto stond zo ongeveer symbool voor ons vakantiegeld toen. En dus hadden we een kamer gereserveerd in Hotel Rome. Hotel Rome was het goedkoopste hotel van heel Brugge. Het rook er onafgebroken naar nasi, de badkamer was aan het einde van een muffe gang en bij het ontbijt mocht toen nog worden gerookt – wat nogal wat gasten dan ook deden.

Dat ontbijt was ietwat karig. Sneetjes brood in wit en bruin, boter en kleine kuipjes met jam en pindakaas. Of er behalve flauwekul (zo heette bij de familie Van Voorst zoetwaren) misschien ook kaas of broodvlees (zo heette bij de familie Van Voorst vleeswaren) was, vroegen we vriendelijk aan de mevrouw van de bediening, tevens gastvrouw, tevens schoonmaakster, tevens nachtportier. ‘Het goedkoopste hotel van Brugge, meneer’, was het antwoord.

 

Gaf niks, we zouden onze magen ’s avonds in de stad wel vullen. Wel een beetje goedkoop als het kon, want zelfs de prijzen van de lokale McDonalds waren voor ons in die tijd reden voor discussie. ‘Het kan er af, maar vult het ook? Kunnen we niet beter bij dat gezellige restaurantje hiernaast?’ Nee, dat kon niet. Of mijn vrouw, toen nog vriendin, de prijzen wel goed had bekeken.

We keken nog eens naar de prijzen achter glas. En ineens zag ik het. Eend met sinaasappelsaus. En die prijs, toen nog in Belgische francs, die leek wel pittig – ‘maar kijk eens schat, die geldt voor twee personen!’

Het was heerlijk, ietwat chique en gezellig. Met die prijs voor twee personen, durfden we zelfs nog een tweede glas wijn. En dat na afloop bleek dat het gerecht voor twee personen was en de prijs per persoon – daar waren we een week of zes later al bijna overheen.