Columns > We moeten naar Spitsbergen

We moeten naar Spitsbergen

Mocht u mij komende zaterdag of zondag nodig hebben (vast niet), dan moet u naar Zwolle. Daar ben ik met mijn Marian.

(En nou moet u niet denken dat ik hiermee inbrekers heb laten weten dat ze fluitend met een koevoet in ons huis terechtkunnen. Want: 1. Zoveel is daar niet te halen; 2. Een sticker op het raam over beveiliging schrikt hen vast en terecht af; 3. Wie weet, hebben we een enorm valse hond thuis achtergelaten; 4. We hebben kinderen die carnaval vieren en van ons huis hun hotel, crisiscentrum, verzamelpunt en uitvalsbasis maken; 5. Had ik al verteld dat er niet zoveel te halen is?)

We gaan naar Zwolle, want hebben weinig tot niets met carnaval en dus zoeken we Een Stad Boven De Rivieren om daar te verpozen, wandelen, borrelen, nog eens te wandelen, eten, slapen en weer een keer te wandelen. Zwolle is daarvoor geschikt, want we waren al weekenden in Groningen, Leeuwarden, Den Haag, Leiden, Maastricht, Haarlem, Deventer, nog een keer Deventer en Delft. Dan blijft alleen Zwolle over.

En Zwolle is cool.

Een paar weken geleden mocht ik er in het stadhuis optreden als spreker voor aankomende raadsleden. En een paar jaar eerder leidde ik een brainstorm of workshop of zoiets voor een lokale partij daar. Wat uiteindelijk nogal misging, want die partij heeft twee jaar nadien het populisme omarmt, lees ik op haar website.

En dan heb ik er een jaar of wat geleden ooit nog in een knusse B&B overnacht vanwege een door mij te leiden ontbijtbijeenkomst in een nabijgelegen plaats. Daar mocht ik in gesprek gaan met twee dames van een lokale partij waarvan de naam begon met Leefbaar. Of hun gemeente een beetje leefbaar is, vroeg ik de dames. ‘Heel erg leefbaar,’ zei een van de dames. ‘Dat is fijn, dan bent u klaar en kunt u uw partij opheffen,’ probeerde ik gevat te zijn. ‘Het kan altijd leefbaarder,’ zei een van de leefbare dames.

 

We gaan zaterdag naar Zwolle.

Dat is een soort van boetedoen. Want ik heet Van Voorst en in 1324 stak roofridder Zweder of Roderick (bronnen verschillen van mening over de voornaam) van Voorst de stad in brand. Die kwajongen is vast familie. Zowat alles fikte af.

Sorry, Zwollenaren.

Met Zwolle is het trouwens helemaal goed gekomen. Niet lang na die brand werd Zwolle een Hanzestad, een religieus centrum en overleefde het de eeuwen daarna allerlei bezettingen. Waarbij vooral de bevrijding van de Duitsers op 13 april 1945 vermeld moet worden: één Canadese soldaat verjoeg die dag vrijwel in zijn uppie alle Duitse bezetters.

Doet u het maar eens na met dat Duitse gezin in die door hen gegraven leefkuil op het strand van Zandvoort.

In 2026 is Zwolle een moderne stad met zichtbare herinneringen aan de Hanzetijd. En minstens zo belangrijk: de stad ligt maar liefst anderhalf uur rijden boven Oeteldonk, Schorsbos (Schijndel) en andere carnavalsplaatsen. Heerlijk.

En dus besluiten Marian en ik tot Zwolle. We zoeken en vinden een aangenaam hotel, boeken, betalen, stellen schouderophalend vast dat annuleren niet mogelijk is en klikken daarna pas in het zoekscherm van Google op ‘Zwolle + carnaval’. En lezen dit: ‘In Zwolle draait carnaval om meer dan alleen feest – het is een spektakel van kleur en creativiteit! De Zwolse carnavalsvierder staat dan ook bekend om zijn prachtige kostuum. Dus haal je mooiste outfit uit de kast en dompel je onder in het feestgedruis!’

We moeten volgend jaar noordelijker. Spitsbergen.