Columns > Wat een schatkamer

Wat een schatkamer

De Schatkamer, het nieuwe online platform met honderdduizenden radio- en televisieprogramma’s uit ongeveer de periode 1920-2000, is inderdaad een schatkamer.

Ik maakte er gisteravond kennis mee en deed dat door bewust de overbekende nostalgische kijkcijfersuccessen van weleer even te negeren. Die klik ik later aan. Nu eerst even min of meer blindelings wat openen.

En zo kom ik bij een programma van 26 augustus 1959, waarin een televisiedokter (ja, toen al!) negen minuten lang aandacht vraagt voor het thema erfelijkheid. Dat doet hij in gesprek met een echtpaar. Al rokend vraagt hij de dame te vertellen over haar eerste huwelijk. Ze trouwde met ‘een volle neef’ en kreeg met hem drie kinderen. ‘Alle drie ongelukkig.’ Haar man was ook niet geboren voor het geluk, want overleed op jonge leeftijd. Mevrouw vond een nieuwe echtgenoot, ‘de broer van mijn overleden man.’ Met hem kreeg ze zeven kinderen. De echtgenoot zit, gestoken in drie delen zwart, naast zijn vrouw en vertelt: ‘Drie ongelukkige en vier goede.’

De tv-dokter zegt dat het fijn is van de vier goede, zeker omdat meneer een eigen bedrijf heeft en zo’n bedrijf moet immers worden overgenomen door een van de kinderen. Meneer knikt.

 

Hupsakee, verder scrollen. 15 december 1991. Ad ’s-Gravezande praat met jongeren over integratie, discriminatie en racisme. Dat is nodig, want ‘in 2010 is de helft van Nederland van niet-Nederlandse afkomst.’ Dat die voorspelling zelfs zestien jaar na dit jaartal niet is uitgekomen, doet er weinig toe – boeiend is hoe jongeren door elkaar heen roepen zonder dat de gespreksleider het boeit. Een jongen zegt dat ie er niet aan moet denken dat straks in Nederland andere talen de boventoon voeren, waarop een meisje laat weten dat er in de toekomst zomaar iemand met een buitenlandse afkomst prima Nederlands spreekt én een functie in het openbaar bestuur vervult.

‘Dat wil ik dus voorkomen,’ zegt de jongen. Die eraan toevoegt dat je hier in Nederland dat soort dingen niet mag zeggen. In België en Duitsland, dáár worden de dingen tenminste gewoon benoemd.

 

En dan stuit ik op een discussieprogramma van dezelfde gespreksleider over de mannenbeweging. 4 april 1982. ‘Vrouwen zijn geïsoleerd omdat ze teruggetrokken zijn in het huishouden en wij mannen functioneren in de maatschappij, maar wij zijn ook geïsoleerd.’ En dan komt er een BOV, een bewust ongehuwde vader, aan de microfoon. ‘Of nou ja, dat wil ik ooit worden.’ De BOV wil naar het mannencafé. ‘maar daar komt het pas rond elf uur ’s avonds op gang ‘en dankzij het kapitalisme moet ik ’s ochtend om zeven uur op.’

 

 

Het is een schatkamer, die Schatkamer. Hier te vinden.