Columns > Van Agt was te laat

Van Agt was te laat

‘Wie op zijn twintigste geen communist is, heeft geen hart, wie het op zijn veertigste nog is, heeft geen verstand’, schijnt Winston Churchill ooit gezegd te hebben.

Het is niet zijn grappigste oneliner. Dat is: ‘Een appel per dag houdt de dokter weg, tenminste als je goed mikt’. Minder leuk en best treffend: ‘Het beste argument tegen democratie is een vijf minuten durend gesprek met de gemiddelde kiezer’.

Wat betreft zijn idee dat jongeren links zijn en op oudere leeftijd rechts worden: dat is inmiddels achterhaald. Het tegendeel is waar. Hier komen drie voorbeelden, waaronder eentje van een oud-premier die afgelopen week overleed.

 

Eerst Hans Dijkstal. Ooit VVD-raadslid en wethouder in het bevoorrechte, kakkineuze Wassenaar en daarna kamerlid, minister en zelfs vicepremier. Een rechtse rakker. Tot hij met pensioen ging en zich ging verzette tegen de VVD-koers met betrekking tot integratie en minderheden. Ook waarschuwde hij voor de opkomst van het rechts populisme. Dijkstal werd links en progressief, maar als oudgediende was er geen hond die nog naar hem luisterde.

Voorbeeld twee: Ed Nijpels. Nijpels bezocht in 1977 als piepjong aankomend Kamerlid mijn Tilburgse middelbare school voor een debat met scholieren. Een debat dat hij, echt waar, gênant verloor van een stel tieners. Ik herinner me hoe hij vertelde dat hij in Praag was toen daar in 1968 Russische tanks de ontluikende vrijheid vermorzelden. Daarom was hij VVD-er geworden. ‘Dus als u in 1972 op vakantie was gegaan naar Chili, dan was u nu van de CPN geweest?’, vroeg een puber in de zaal. Nijpels kwam er niet uit. En toen moest de discussie over meer kansen voor mensen uit arme wijken nog beginnen. Ook arme kinderen uit de Haagse Schilderswijk moesten goed onderwijs krijgen, zei hij. Reactie van een 17-jarige: ‘Sympathiek, maar is het niet beter om iets aan de armoede te doen?’

Nijpels: ‘Uh’.

Nijpels werd linkser toen hij de politiek verliet. Hij ging zich inzetten voor duurzaamheid en tegen klimaatverandering en de PVV, typische links-progressieve thema’s. Sympathiek, maar vooral te laat.

 

En dan kom ik nu aan voorbeeld drie, de aanleiding voor dit stukje: de deze week overleden Dries van Agt. Van Agt was een extreem conservatieve minister van Justitie onder Den Uyl en daarna de allereerste rechts-populistische premier van Nederland. Een premierschap dat hij jatte van Joop den Uyl, die met zijn PvdA met 52 zetels in die tijd de grootste partij van Nederland was.

Van Agt zwijnde en strompelde vijf jaar lang door zijn premierschap, liet daarna Ruud Lubbers de enorme financiële rommel opruimen, deed vervolgens min of meer zijn best als EU-ambassadeur in Japan en als Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant, ging met pensioen en zag het licht. Hij zette zich in voor De Palestijnse Zaak en werd lid van GroenLinks.

 

Wat Dijkstal, Nijpels en Van Agt met elkaar gemeen hebben is niet zozeer dat ze het licht zagen, maar dat ze het licht zagen toen ze zelf geen licht meer gaven. Dat ze het evangelie van gerechtigheid, solidariteit en gelijkwaardigheid verkondigden toen hun invloed tanende was en hun zeggenschap verdampt.

Wat ik maar wil zeggen: de samenleving heeft niet heel veel gehad aan de te late bekeringen van Dijkstal, Nijpels en Van Agt. Zoals we er ook niks aan hebben dat Rutte en Yesilgöz, zeker weten, over enkele tientallen jaren tot bezinning komen.

 

En dan tot slot nog een uitspraak van Churchill, de Cruijff onder de staatsmannen: ‘De inherente verdorvenheid van het kapitalisme ligt in het oneerlijk verdelen van zegeningen. De inherente deugdzaamheid van het socialisme is het eerlijk verdelen van rampspoed’.

Er klopt niet veel van, maar hij is wel leuk.