De zwevende kiezer
Ze zat afgelopen dinsdag in de zaal: de zwevende kiezer. De zaal, dat is Podium Azijnfabriek in Den Bosch. Dat gebouw is nooit een azijnfabriek geweest, maar het podium zat eerst een kilometer of anderhalf verderop en dát gebouw was wel ooit een azijnfabriek.
In de Azijnfabriek die nooit een azijnfabriek was, mocht ik afgelopen dinsdag een verkiezingsdebat leiden. Want gemeenteraadsverkiezingen. Van de achttien (!) partijen die in Den Bosch een gooi doen naar een of meer zetels waren er vijftien present. De zaal was gevuld met Bosschenaren en de meeste hadden allang bedacht op wie ze op 18 maart gaan stemmen. Wie of er als kiezer zweefde, vroeg ik. Vijf handen gingen omhoog.
‘Tussen welke partijen twijfelt u?,’ vroeg ik aan een van de opgestoken handen. Mevrouw haalde haar schouders op. Mevrouw zei dat ze groen belangrijk vindt en graag ging horen welke partijen dat ook vinden.
Daarna begon het debat en van de vijftien partijen bleken er vijftien groen erg belangrijk te vinden. Parkjes, bomen, geveltuintjes – het doet er volgens de Bossche partijen allemaal toe. Want zuurstof, want mooi, want wapen tegen hittestress, want groen omdat groen nu eenmaal groen is.
Twee uur lang ging het over mobiliteit (vroeger heette dat verkeer), wonen (voorheen volkshuisvesting), toerisme en evenementen (het debat spitste zich toe op de Bossche binnenstad, vandaar), cohesie (saamhorigheid) en groen. Na twee uur zocht ik de zwevende kiezer die groen wil weer op. Of ze nog altijd zweefde.
‘Ja.’
Ik heb al best wat verkiezingsdebatten aan elkaar mogen praten en elke keer blijken zwevende kiezers na uren van boeiende gedachtewisselingen of venijnige debatten nog altijd te zweven. En altijd zijn die zwevende kiezers een kleine minderheid, want altijd zit de zaal vooral vol met leden van partijen die hun jassen aanhouden en die dat doen omdat hun jassen bedrukt zijn met partijlogo’s. Ze zijn er om de drie tot vijf zwevende kiezers in de zaal te imponeren – ‘Wij zijn met veel en dus zullen wij wel gelijk hebben en dus moet u op ons stemmen,’ proberen ze uit te stralen. Ze leggen flyers op bartafels en plakken affiches op de wc-deuren.
Tijdens die debatten is er maar één man of vrouw die ertoe doet. Die ene man of vrouw is de journalist van de regionale krant of het lokale weekblad. Die doet verslag, citeert of negeert kandidaten en wordt gelezen door al die zwevende kiezers die thuis bleven omdat ze geen zin hadden in azijn.