Columns > Zjuus

Zjuus

Eén na oudste had speciaal voor oma, mijn schoonmoeder, zjuus in huis gehaald. Oma kwam met haar dochter, mijn vrouw, en mij lunchen bij één na oudste en zijn vriendin. En voor haar was er zjuus.

Zjuus is jus d’orange. Mijn schoonmoeder las ooit die tekst op een fles, kartonnen pak of op een kaart van een café en besloot vervolgens hoe jus uit te spreken. Ze begreep dat het niet moest klinken als jus, bedacht dat zjuu al is gekoppeld aan wat je over aardappels giet en zo werd het zjuus.

Schoonmoeder noemt een T-shirt tie-sjiert. Een gazon is grazon.

 

Eén na oudste en vriendin wonen in een huis dat negentig jaar oud is. Het gold nog net als nieuwbouw toen schoonmoeder vijf jaar na de oplevering werd geboren. Zelf bracht ze die kinderjaren door op een boerderij in een buurtschap bij Tilburg, vijftig jaar geleden brutaal opgeslokt door wat toen nieuwbouw was.

Ze was er één van een gezin van zes kinderen. ‘Ons jongens’ werden boer en erfden koeien en grond en de meisjes moesten maar zien dat ze handig trouwden. ‘Tot en met de dag voor mijn trouwen werkte ik op de boerderij.’ Daarna volgt na die terugblik steevast het relaas over dat ze zo graag nog wat langer naar school was gegaan. MMS. Of misschien wel meer. ‘Ik was niet dom. Maar de meiden moesten werken op boerderij. Annie, Sjaan en ik.’ Zij is er nog, Annie en Sjaan niet meer. Ook twee van de drie broers zijn overleden.

Mijn schoonmoeder heeft een algemene ontwikkeling van nul komma nog wat en had ondertussen met gemak naar een van de voorlopers van mavo, havo of vwo gekund. Soms is ze er berustend over en soms verdrietig. Ze weet van de opleidingen van haar kinderen en kleinkinderen. ‘Ik kreeg de kans niet.’

 

Mijn kinderen vinden schoonmoeder schattig, innemend en ontroerend. De manier waarop ze hen in een arm knijpt, toeknikt en met half afgemaakte zinnen bemoedigend advies geeft – het maakt steevast indruk.

Afgelopen zondag was er dus die lunch. Schoonmoeder schudde bij binnenkomst haar hoofd in de voortuin omdat daar kliko’s lelijk staan te wezen. Die moeten in de achtertuin. ‘Maar ik snap het ook wel.’ Eenmaal binnen waren er de complimenten over het glas in lood, de houten vloer en de ietwat onbegrijpelijke dingen aan de wanden. Was dat nou een litho van Maria met kind? Ongemakkelijk geschuif op stoelen van haar kleinzoon en diens vriendin. Hoe leg je oma uit dat het een afbeelding is van de hoes van een band en dat Maria geen baby in haar arm heeft, maar een skateboard? ‘O ja, nou zie ik het. Apart.’

Tijd om aan tafel te gaan. Warm worstenbrood, broodjes, salades, fruit, melk, thee, water en jus d’orange. Schoonmoeder wil zjuus. Eén na oudste schenkt in, zegt ‘Zjuus, oma’ en is gelukkig.