Een collega van me bedacht onlangs op een ochtend, zittend op de rand van haar bed, dat zij die dag een chocoladebol zou krijgen. Of, zoals wij hier zeggen: een Bossche bol. Ze bedacht er bij dat ze die niet zelf zou gaan kopen of door een ander zou laten kopen. Nee, ze zou hem zomaar krijgen. Diezelfde dag nog. Terwijl er die dag toch echt geen verjaardagvisite of iets anders feestelijks op de kalender stond.
Ze moest tot een uur of drie ’s middags wachten. Toen stond een buurvrouw voor de deur, met zo’n bol in haar hand. ‘Ik hoef hem niet en vind het zonde om hem weg te gooien. Iets voor jou?’
Zo gaat dat dus met de wet van de aantrekkingskracht. Als je echt zeker weet dat je iets gaat krijgen of meemaken, dan gebeurt het ook. Wie eind januari mijn presentatie ‘Word wakker, ga dromen’ bijwoonde, weet er alles van. Die weet hoe het werkt en waarom het werkt zoals het werkt.
Na mijn presentatie heb ik veel reacties gekregen van mensen die, net als die collega van me, het trucje uitprobeerden. Ze gingen er op de rand van hun bed eens goed voor zitten en kregen vervolgens dat mooie zakelijk aanbod, die loonsverhoging, dat blauwe cadeautje, die ontmoeting met een oude bekende of ze haalden die nieuwe klant binnen. Er waren er ook een paar bij die bedachten dat het allemaal onzin is en dat het dus vast niet zou werken.
En ook hun verwachtingen kwamen uit.
Een collega van me bedacht onlangs op een ochtend, zittend op de rand van haar bed, dat zij die dag een chocoladebol zou krijgen. Of, zoals wij hier zeggen: een Bossche bol. Ze bedacht er bij dat ze die niet zelf zou gaan kopen of door een ander zou laten kopen. Nee, ze zou hem zomaar krijgen. Diezelfde dag nog. Terwijl er die dag toch echt geen verjaardagvisite of iets anders feestelijks op de kalender stond.
Ze moest tot een uur of drie ’s middags wachten. Toen stond een buurvrouw voor de deur, met zo’n bol in haar hand. ‘Ik hoef hem niet en vind het zonde om hem weg te gooien. Iets voor jou?’
Zo gaat dat dus met de wet van de aantrekkingskracht. Als je echt zeker weet dat je iets gaat krijgen of meemaken, dan gebeurt het ook. Wie eind januari mijn presentatie ‘Word wakker, ga dromen’ bijwoonde, weet er alles van. Die weet hoe het werkt en waarom het werkt zoals het werkt.
Na mijn presentatie heb ik veel reacties gekregen van mensen die, net als die collega van me, het trucje uitprobeerden. Ze gingen er op de rand van hun bed eens goed voor zitten en kregen vervolgens dat mooie zakelijk aanbod, die loonsverhoging, dat blauwe cadeautje, die ontmoeting met een oude bekende of ze haalden die nieuwe klant binnen. Er waren er ook een paar bij die bedachten dat het allemaal onzin is en dat het dus vast niet zou werken.
En ook hun verwachtingen kwamen uit.
Al de duizenden Nederlandse marketeers, reclamemakers en communicatiebobo’s hebben zich de afgelopen dagen voor hun hoofd geslagen. ‘Dat hadden wij moeten bedenken. Een meldpunt. Want tjonge, daar haal je de kranten mee.’
Het is natuurlijk een bespottelijk en ronduit discriminerend idee om een website te openen voor klachten over mensen uit specifieke landen. Ik heb de teksten op de website van de initiatiefnemers van die website gelezen en voor de grap woorden als Oost-Europa en Polen vervangen door Jood – moet u ook eens doen, de koude rillingen schieten subiet over uw rug.
Feit blijft dat die enge partij met zo’n meldpunt scoort. En daarmee is het een voorbeeld voor iedereen die iets voor elkaar wil krijgen. Want wat met Oost-Europeanen kan, kan ook met andersoortige thema’s.
Mijn idee: een Meldpunt Babyboomers. U en ik weten dat de babyboomers vanaf de jaren zeventig macht en geld vergaarden en niet meer afgaven, goedkoop huizen kochten die vervolgens vier keer over de kop gingen, nog net kunnen genieten van de beste pensioenuitkeringen ter wereld en al feestvierend zo ongeveer alle natuurlijke hulpbronnen op de Aarde hebben opgebruikt.
De overlast van een licht beschonken Pool is er niks bij.
Wie om werk verlegen zit, kan terecht op de Aanbestedingskalender. Dat is een website waarop allerlei overheden melden wat voor projecten ze zoal willen laten uitvoeren. U kunt daar bijvoorbeeld lezen dat er een nieuwe weg komt van Drachten naar de Duitse grens. Vraag me niet wie er waarom vanuit de grens naar Drachten wil of andersom – maar als u bent van het aanleggen van wegen, neem eens een kijkje op die site.
Even heb ik overwogen om te reageren. ‘Lijkt me een leuke klus, maar helaas weet ik niks van wegen aanleggen. Sorry.’
Want dat soort reacties komt voor. Een paar weken geleden plaatste ik een oproep op een groep van LinkedIn. Of iemand voor een zaal kippenboeren wat zou kunnen vertellen over de omgang met de lokale en regionale pers. Daarop reageerde iemand met de mededeling dat ie daar wel zin in had. En dat ie ook graag meer informatie van me wilde hebben over wat nu precies de bedoeling is. Maar dat ie op de dag van de bijeenkomst verhinderd is, ‘want dan is mijn moeder jarig’. Niet zomaar jarig, ze wordt 65.
De spreker-die-niet-komt-spreken heeft het er vast druk mee. Reageren op oproepen op datingsites (‘Sorry, ik ben bezet’), op vacatures in de krant (‘Ik wil helemaal niet van baan veranderen’) en het bellen met de NS (‘Die trein die vanmiddag naar Utrecht gaat, daar stap ik dus mooi niet in. Ik hoef namelijk helemaal niet naar Utrecht.’).
Het zou me niks verbazen als hij iets doet bij RTL. ‘Die Elfstedentocht die er niet komt, zit daar geen mooi programma in?’
Ik ben de raadstweeter in mijn dorp. Dat heb ik niet zelf bedacht, maar een wethouder. Ik las het vanmorgen in de krant. Aanleiding is een pleidooi van een politieke partij in mijn dorp om het twitteren tijdens raadsvergaderingen te verbieden. Want twitteren zou storend en respectloos zijn, aldus een raadslid. Hij schreef er een brief over aan de burgemeester en daarin is te lezen dat zijn ergernis is gevoed tijdens de laatste raadsvergadering. Dat was de vergadering waarin een andere raadslid door de microfoon nogal storend en respectloos tegen iemand bralde: ‘Het interesseert me niet wat u zegt’.
Niemand die er een brief over schreef aan de burgemeester.
Afijn. Of het maar eens afgelopen kan zijn met dat getwitter, zo was dus de vraag. Ik hoop het niet. Sinds jaar en dag klaagt half Nederland over de kloof tussen burger en politiek. Nou vind ik die kloof persoonlijk best, maar als ie dan toch gedicht moet worden: gooi er een berg tweets tegenaan, beste raadsleden, statenleden en parlementariërs. Dan kunnen burgers vanuit hun huiskamer lezen wat hun volksvertegenwoordigers tijdens vergaderingen zeggen, doen en vinden. Wie weet, gaan ze het nog interessant vinden ook. En gaan ze op uw teksten reageren met een retweet of reply. Het zou u zomaar op nieuwe ideeën kunnen brengen.
Zolang het nog mag, dorpsgenoten, houdt @LaurensvVoorst u op de hoogte van de debatten in de raad. En als het niet meer mag, begint hier op deze plek de protestactie tegen een beknotting van de vrijheid om vanuit de raadszaal meningen de wereld in te slingeren. Een beknotting die storend is. Respectloos zelfs.
Op televisie kwam laatst een dame aan het woord van een bedrijf dat Juice Solutions heet. Sapjesoplossingen. Je vraagt je meteen af wat het probleem is dat voorafgaat aan die oplossing met jus d’orange. Dorst, gok ik.
Dat brengt me bij het woord dat marketeers, communicatiemanagers en gewone mensen de laatste jaren zo ongeveer tot taboe hebben verklaard: probleem. Verkopers buitelen zowat over elkaar heen om ondernemers oplossingen te verkopen, maar over problemen wordt steevast gezwegen. Omdat het zo ongezellig is, denk ik. Of misschien wel omdat de geboden oplossing niets van doen heeft met welk probleem dan ook. Want is dorst nou echt iets om tobberig over te doen?
Afijn. Wie opvallend wil communiceren, moet het misschien eens ruimhartig over problemen hebben. Want daar heeft niemand het over.
Nou ja, bijna niemand. Fiets eens langs de etalage van de acupuncturist aan de Koninginnelaan in Den Bosch. Die heeft het goed begrepen. Onder het weinig spannende jin jang-teken staat het in heldere, grote letters: ‘Chronisch probleem’. Mensen die op zoek zijn naar een chronisch probleem kunnen nergens anders terecht. Alleen daar, op een steenworp afstand van de draak. Wat een USP.
‘Doet u mij maar drie ons Chronisch Probleem’.
‘Mag het ook iets meer zijn?’


